|
3. De inzet en ontwikkeling van ons personeel
3.1 Inleiding
De uitgangspunten van onze vereniging zijn:
Balans Bij personeelsbeleid staan twee zaken centraal: de belangen van de onze personeelsleden en de belangen van onze organisatie. Voor ons personeel zijn de volgende zaken belangrijk: welbevinden, uitdaging, ontwikkelingskansen, beloning, goede samenwerking, een veilige, inspirerende werkomgeving, prestaties kunnen leveren. Voor onze organisatie is het van belang dat er goed gekwalificeerde, gemotiveerde mensen met hart en ziel werken aan het verwezenlijken van onze doelstelling: kwalitatief goed onderwijs bieden. De belangen van beide partijen moeten in balans zijn: een kwestie van geven en nemen. Werkgevers en werknemers hebben hierover afspraken gemaakt. In de CAO voor het onderwijs, in de akte van benoeming en in ons personeelsbeleidsplan staan rechten, plichten, verwachtingen en afspraken verwoord.
Er zijn op school veel zaken geregeld die ervoor zorgen dat het personeel optimaal kan functioneren. Wanneer mensen met plezier naar school komen, zal het werk beter verlopen.
Werk-/leefklimaat Bij ons op school doet iedereen zijn uiterste best om met elkaar een fijne werksfeer te creëren. Enerzijds gebeurt dat door allerlei informele dingen zoals met elkaar eten, feestjes, uitjes, onderlinge hulp, enzovoort. Anderzijds zijn formele zaken zoals vergaderingen en overleg duidelijk en overzichtelijk geregeld. Ieder jaar maakt de schoolleiding een jaarkalender waarin alle vergaderingen en overlegmomenten zijn opgenomen. Daarnaast verschijnt er iedere maand ons zogenaamde ’krantje’. In dat krantje staat de agenda voor de komende maand, staan de notulen van de afgelopen vergaderingen, agenda’s van personeelsvergaderingen en thema’s van team- en bouwbijeenkomsten. De taken (van vuilnis buiten zetten tot een BHV-opleiding volgen) zijn duidelijk omschreven en worden elk jaar na evaluatie in onderling overleg verdeeld. Met elkaar zorgen wij voor een veilige, schone, kleurrijke en uitdagende werk-/leeromgeving. Dit is van groot belang voor het personeel en voor de kinderen. Werken in een plezierige omgeving met fijne collega’s om je heen waar het ambitieniveau hoog is, waardering heerst, onderlinge hulp normaal is, waar gezelligheid en humor tiert, is een zegen!
Persoonlijke ontwikkeling. Het is voor personeelsleden belangrijk dat zij zich kunnen blijven ontwikkelen. Er zijn daartoe volop scholingskansen (wet BIO = bekwaamheid in het onderwijs). Enerzijds volgen mensen scholing die aansluit bij de schoolontwikkeling, anderzijds kan men scholing volgen om zich persoonlijk te bekwamen. Middels onze competentielijst en het daarbij behorende ontwikkelingsplan kunnen personeelsleden bepalen hoe men scholing gaat inzetten.
Bekwaamheidseisen onderwijspersoneel De wet BIO stelt enerzijds eisen aan ons onderwijspersoneel omdat zij moet voldoen aan de bekwaamheidseisen en aan de andere kant wordt van onderwijswerkgevers gevraagd dat zij hun medewerkers in staat stellen aan deze eisen te voldoen. Afspraken over het onderhouden van bekwaamheidseisen worden vastgelegd in het bekwaamheidsdossier. De volgende zeven bekwaamheideisen zijn geformuleerd:
Onderwijspersoneel moet niet alleen bekwaam zijn, maar ook blijven. Door middel van een zogenaamd bekwaamheidsdossier tonen wij dat aan.
Het bekwaamheidsdossier omvat:
Beloning Onderwijssalarissen zijn geregeld in de CAO voor het primair onderwijs. Naast salaris bestaat beloning uit waardering, uit complimenten en attenties.
Persoonlijke instelling Naast allerlei afspraken, rituelen en gebruiken hebben wij natuurlijk ook te maken met de persoonlijke instelling van mensen. Het is van belang elkaar aan te spreken en elkaar voor te leven dat wij allemaal medeverantwoordelijk zijn voor het hele reilen en zeilen op onze school.
Wij opereren als school niet alleen. Omdat wij deel zijn van een groter geheel hebben wij met dertien collega-scholen te maken. Natuurlijk is het dan van belang dat er duidelijke afspraken worden gemaakt.
Het sociaal statuut bestaat uit regelingen die niet op schoolniveau tot stand komen. Het zijn wettelijke regelingen of regelingen waartoe de wet opdraagt. De CAO voor het primair onderwijs bestaat eveneens uit regelingen die niet op schoolniveau tot stand komen. Het zijn regelingen die tussen centrales van werkgevers en centrales van werknemers in een overkoepelend overleg zijn overeengekomen. Aan deze regelingen, die arbeidsvoorwaardelijk zijn, kunnen personeelsleden rechten ontlenen.
Het integraal personeelsbeleid bestaat uit arbeidsvoorwaardelijke regelingen die specifiek voor onze scholen zijn gemaakt. Dit beleid is in nauw overleg met de betrokken scholen tot stand gekomen.
Het meerjarenformatiebeleid toont op basis van inkomsten en verplichtingen (uitgaven) voor het zittend personeel en meerjarenprognoses aan hoe met het personeelsbestand dient te worden omgegaan. In het jaarlijkse formatieplan wordt een en ander voor een bepaald cursusjaar geactualiseerd. Ons uitgangspunt is dat er tenminste 80% van de beschikbare financiële middelen uitgetrokken wordt voor personeel. Dit om de primaire processen optimaal te kunnen laten verlopen: zo veel mogelijk mensen inzetten ten behoeve van het onderwijs aan de kinderen.
Binnen onze directeurenkring heeft ’personeel’ altijd grote aandacht. Dit met als uitgangspunt ’samen verantwoordelijk voor ons personeel’.
Zie verder: het strategisch beleidsplan, het I(ntegraal)P(ersoneels)B(eleidsplan), het bestuursformatieplan VPCO Veere/Noord-Beveland
3.2 Personeelsbeleid in samenhang met onderwijskundig beleid
Om de kwaliteitsverbetering van het onderwijs aan onze kinderen voort te zetten, is personele inzet nodig om:
3.3 Consequenties voor de meerjarenplanning
Minimaal 80 % van de beschikbare financiële middelen blijven inzetten ten behoeve van personeel. Onze prioriteit gaat uit naar de primaire processen, hetgeen betekent dat onze aandacht minder uitgaat naar secondaire processen zoals beloningsbeleid, managementlagen, etc.
Actiepunten
|