|
3.
De organisatie van ons onderwijs
3.1 De organisatie van “t
Klinket
Het liefst werken wij met aparte
leeftijdsgroepen. Het aantal kinderen
kan ons ertoe dwingen groepen te
combineren. Wij doen ons uiterste best om alles zo goed mogelijk te
organiseren. Daardoor willen wij de beste resultaten zien te behalen en
het iedereen zo veel mogelijk naar de zin maken.
Wij vinden het
belangrijk dat kinderen de aandacht krijgen die zij verdienen. Zie ook:
Schoolplan.
Om ongeveer de vier jaar wordt
binnen ons team groepswisseling voorgesteld. Om fris te blijven en om
een zo breed mogelijk beeld te hebben van het basisonderwijs vinden wij het belangrijk af en toe van
groep te wisselen.
3.2
(Specifieke) activiteiten in de kleutergroepen
De kleuters
worden binnengebracht door hun ouders. Als de kinderen het klaslokaal
binnenkomen, geven zij de leerkracht een hand en gaan in de kring zitten.
Als alle ouders
weg zijn
(uiterlijk 8.30 uur),
openen wij de dag met gebed of het zingen van een liedje waarbij het
accent ligt op de verwondering en dankbaarheid voor de nieuwe dag die
voor ons ligt. Afhankelijk van de dag wordt er geluisterd naar een
Bijbelverhaal, gezongen of toneelgespeeld in het kader van
godsdienstonderwijs of besteden wij aandacht aan de sociaal-emotionele
ontwikkeling.
Daarna (vanaf
9.00 uur) starten
wij vanuit de kring de werkles of gaan wij buiten spelen. Tijdens de
werkles zijn de kinderen in kleine groepjes aan het werk. De
activiteiten die zij doen, wisselen per groepje. Deze activiteiten vinden
plaats in werkhoeken die gericht zijn op rekenen, motoriek, taal en
expressie. Gedurende een week werkt ieder kind in alle werkhoeken.
Tijdens het
buitenspel mogen de kinderen zelf bepalen met wie en met welke
materialen zij spelen.
Twee keer per
week gaan de kleuters voor gym, bewegen op muziek en drama naar het
speellokaal dat wij delen met de kinderopvang en de peuterspeelzaal.
Wekelijks
besteden wij aandacht aan dans, toneel en muziek. De methode Moet je
doen die wij daarvoor gebruiken, wordt gehanteerd tot en met groep 8.
De kinderen
komen enkele keren per dag terug in de kring: bij het eten van het
tussendoortje, voor het spelen van een taal- of rekenspel, voor het
voorlezen, om muziek te maken en te zingen of om te luisteren naar
instructies van de leerkracht.
Wij zingen,
spelen en praten en letten erop dat kinderen veel nieuwe woorden kunnen
leren en zich goed leren uitdrukken. Dit is belangrijk als voorbereiding
op het latere lees- en taalonderwijs.
Kinderen die
belangstelling tonen voor het leren lezen en/of rekenen worden hierin
gevolgd. Steeds meer kinderen lezen al als zij in groep 3 komen. Nagenoeg
allemaal hebben zij een kleine of grotere letterkennis.
s Middags zijn
er meer keuzemomenten. Kinderen bepalen zelf met welk materiaal over
welk onderwerp en met wie zij spelen. Dit wordt eveneens geregistreerd
door de leerkracht.
Wereldoriėnterende vakken als natuuronderwijs, geschiedenis en
aardrijkskunde worden in de kleutergroepen niet afzonderlijk gegeven.
Een of meerdere wereldoriėnterende aspecten zitten verweven in de
verschillende thema“s van waaruit wordt gewerkt.
Methodes die
hierbij worden gehanteerd, passen in een doorlopende lijn tot en met
groep 8.
Om kleuters zo
goed mogelijk te begeleiden wordt er geobserveerd en getoetst.
Het Ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beschrijft de einddoelen voor
kinderen in het basisonderwijs in de zogenoemde kerndoelen. Deze
kerndoelen geven per vakgebied aan naar welk niveau gestreefd moet
worden aan het eind van groep 8. Gelukkig zijn er ook tussendoelen voor
kleuters op lees-, taal- en rekengebied geformuleerd. Wij werken met
leerlijnen voor taal, rekenen, visueel-ruimtelijke ontwikkeling, grove
motoriek en fijne motoriek. Door het volgen van deze leerlijnen streven
wij ernaar deze tussendoelen te behalen. Zo kunnen wij bijtijds eventuele
achterstanden signaleren en kleuters stapsgewijs en efficiėnt begeleiden
op weg naar de uiteindelijke kerndoelen.
3.3. (Specifieke) activiteiten
in groep 3
De kinderen spelen op het
voorplein tot de bel gaat.
Zij gaan in de rij staan en
wachten tot hun leerkracht hen komt ophalen. Als de kinderen het
klaslokaal binnenkomen, geven zij de leerkracht een hand. Wij beginnen de
dag op dezelfde manier als beschreven staat bij de activiteiten van de
kleutergroepen.
Vanuit de kring starten wij met een reken-, taal- of leesactiviteit. Het specifieke van groep 3 is het
leesproces dat wordt gestart of verder wordt ontwikkeld. De lees-taalactiviteiten
zijn aan het begin van groep 3 sterk individueel. Vanuit de individuele
ontwikkelingsgegevens van groep 2 wordt verdergewerkt. Er zijn
kinderen die al lezen en kinderen waarbij het leesproces nog op gang
moet komen. Het minimumleesniveau aan het eind van groep 3 is AVI 1.
Voor het aanvankelijk lezen maken wij gebruik van de methode Veilig
leren lezen (nieuw) van Zwijsen. Als vervolg gebruiken wij
Estafette (voortgezet technisch lezen) en Tussen de regels (begrijpend
lezen).
Ook het leren schrijven in
groep 3 neemt een aparte plaats op de basisschool in. Kleuters zijn op
speelse wijze al voorbereid op het schrijven. De (voorbereidende)
schrijfactiviteiten worden voortgezet in groep 3. Aanvankelijk werken
wij veel met letterstempels en met de tekst-verwerker. Aan het eind van
groep 3 zijn de meeste kinderen in staat zelfstandig een tekst in
verbonden schrift te schrijven.
In groep 3 zijn, zeker in het
begin, veel werkvormen hetzelfde als in de kleutergroepen. Wij werken
veel met kleine groepjes. Er is een toneelhoek, een computerhoek en een
leeshoek. Er is spelmateriaal waarmee op keuzemomenten kan worden
gespeeld.
De grootste verandering is dat
er in toenemende mate schriftelijk wordt gewerkt en dat er geleidelijk
minder spelmomenten zijn.
Voor alle
vakgebieden geldt: kinderen die meer aankunnen dan de methode
aangeeft, krijgen extra stof aangeboden.
3.4 (Specifieke) activiteiten in de groepen 4 t/m 8
De kinderen spelen op het
voorplein tot de bel gaat.
Zij gaan in de rij staan en
wachten tot de leerkracht hen komt ophalen.
Wij beginnen de dag op
dezelfde manier als beschreven staat bij de kleutergroepen en groep 3, zij het, in stijgende lijn, op een hoger
niveau.
Na de dagopening beginnen wij vaak met een lees-, taal- of rekenactiviteit.
Rekenen doen wij met behulp van
de vernieuwde methode Pluspunt. Deze methode gaat uit van realistische
gebeurtenissen, zodat het rekenen een zinvolle betekenis krijgt. Er
wordt gewerkt met leerkrachtgebonden lessen en lessen waarbij kinderen in
toenemende mate zelfstandig moeten werken. Belangrijk bij deze
rekenmethode is het klassikaal bespreken van oplossingsstrategieėn,
waarbij kinderen leren hun eigen rekenmanieren te toetsen aan die van
anderen.
Na een themablok van drie weken
volgt een toets. De toetsgegevens geven aan wie in aanmerking komt voor
verlengde instructie en wie voor verrijking van de leerstof.
Voor het taalonderwijs gebruiken wij een splinternieuwe methode : Taal in Beeld van Zwijsen. Deze methode sluit heel
goed aan bij
onze leesmethodes.
De toetsgegevens geven aan wie
in aanmerking komt voor verlengde instructie en wie voor verrijking van
de leerstof.
Vanaf groep 5 houden kinderen
spreekbeurten.
In de bovenbouw maken kinderen
werkstukken.
Deze werkvormen leveren een
bijdrage aan het stapsgewijs vaardiger worden in het hanteren van
gesproken en geschreven taal.
Het leesproces dat in het begin
van de basisschool is gestart, wordt in de hogere groepen verder
ontwikkeld.
De groepen 7 en 8 krijgen een
uur per week Engelse les.
Basisvaardigheden op het gebied
van spreken, lezen en schrijven worden geoefend met de methode
Real English, let“s do it.
De vernieuwde methode Geobas
gebruiken wij voor aardrijkskunde. Een groot pluspunt van Geobas is dat
deze start in de kleutergroepen. Zo is er sprake van een
doorgaande lijn.
De geschiedenismethode Bij de
tijd start in groep 3 en loopt door tot en met groep 8. Ieder jaar
vindt er een verdieping van vaste thema“s plaats.
De methode Leefwereld gebruiken
wij voor natuuronderwijs.
Ook deze methode start in groep 1.
Het liefst werken wij met
concrete materialen en met vakmensen.
Graag halen wij de natuur binnen de
klas of gaan wij eropuit.
Onze natuurouders bieden
ons elk jaar een interessant programma.
Wij experimenteren met allerlei
natuurkundige proefjes, zaaien in bloempotjes, geven een lammetje de
fles, vragen de dokter en de tandarts in de klas, kopen schapenwol
die wij wassen, kaarden, spinnen en breien. Ook trekken wij er graag op uit.
Regelmatig hebben wij uitstapjes naar de (kinder)boerderij, een
tuinbedrijf, de boomgaard of wij gaan, gewapend met visnetjes en potjes,
naar poelen en plassen.
Vanaf de kleutergroepen zijn
wij bezig met verkeer. Voor alle groepen gebruiken wij de methode Klaarover. Voor de groepen 5 en 6 gebruiken
wij daarnaast
Op Voeten en Fietsen en voor de groepen 7 en 8 de Jeugd-verkeerskrant.
De kinderen van groep 7 worden
opgeleid voor het verkeersexamen.
Drie keer per jaar onderzoeken
wij pestgedrag in alle groepen. In samen-werking met de ouders worden
problemen aangepakt.
Vanaf groep 3 gaan wij voor
gymnastiek twee keer per week naar de gymzaal.
Eén leerkracht van ons team
beheert de computers (laptops).
Alle groepen maken gebruik van programma“s die
bij de verschillende lesmethodes behoren.
Vanaf
groep 5 krijgen de kinderen huiswerk.
3.5 Speciale voorzieningen
in ons schoolgebouw
Ons gebouw kent:
*
negen groepslokalen
*
een gemeenschapsruimte
*
een keuken
*
een kamer voor zorg / remedial teaching
In de kerk is een leslokaal,
ons lokaal voor beeldende vorming, het speellokaal en onze
personeelsruimte.
Burgerschap en sponsoring:
zie Schoolplan hfd. 2.2 en 5.4
|